Alert op vogelgriep bij Kokmeeuwen

Vanaf januari zijn er signalen dat hoogpathogene vogelgriep tot verhoogde sterfte leidt onder Kokmeeuwen in Frankrijk, België, Duitsland en Nederland. We willen iedereen oproepen om hier alert op te zijn en vondsten van zieke of dode Kokmeeuwen door te geven. Vooral op slaapplaatsen en in broedkolonies kunnen zich kwetsbare situaties voordoen, doordat grote aantallen vogels hier dicht opeen verblijven met veel mogelijkheden voor virusoverdracht.

Dode Kokmeeuw
Karkassen van besmette vogels kunnen een bron van besmetting zijn voor hun omgeving. Foto: Albert de Jong

Sinds de laatste week van januari loopt het aantal meldingen van zieke en dode Kokmeeuwen op bij de meldportalen van DWHC en Sovon. Inmiddels is bij zeven dode Kokmeeuwen bevestigd dat het om hoogpathogene vogelgriep ging. De onderzochte vogels kwamen uit de omgeving van Rotterdam, Dordrecht, de Europoort en Leiden (alle in Zuid-Holland), Limburg en bij Ermelo (Gelderland). Inzendingen uit Flevoland,  Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel en Utrecht worden momenteel nog onderzocht.   

Ook elders in Europa werd begin 2023 aanzienlijke sterfte bij Kokmeeuwen vastgesteld, zoals in Frankrijk (zie ook dit bericht). In het broedseizoen van 2022 bleek de soort ook al gevoelig te zijn voor het hoogpathogene H5N1-virus, maar de huidige mate van sterfte werd toen in Nederland niet vastgesteld. 

Virusoverdracht

Vooral op slaapplaatsen en in broedkolonies kunnen zich kwetsbare situaties voordoen, doordat grote aantallen vogels hier dicht opeen verblijven met veel mogelijkheden voor virusoverdracht. Slaapplaatsen van Kokmeeuwen bevinden zich veelal op open water en broedkolonies liggen vaak op moeilijk bereikbare plekken, zoals op eilandjes of in open moeras. Er is momenteel geen volledig zicht op de situatie daar. 

Slaapplaatsen en broedkolonies van Kokmeeuwen in Nederland
Ligging van meeuwenslaapplaatsen waar vanaf het jaar 2000 weleens Kokmeeuwen zijn geteld (links) en broedkolonies van Kokmeeuwen in 2019 (rechts).

Karkassen van besmette vogels kunnen een bron van besmetting zijn voor hun omgeving. Er zijn aanwijzingen dat het opruimen van deze karkassen helpt bij het dempen van de effecten van vogelgriepuitbraken, bijvoorbeeld door ervaringen hiermee tijdens de massale sterftegevallen in kolonies van Grote Sterns in Nederland, bij Kroeskoppelikanen in Griekenland en bij Zwartvoetpinguïns in Namibië. Meer onderzoek is echter nodig om aan te kunnen geven in welke mate en bij welke soorten deze inspanningen helpen om blootstelling van gezonde wilde dieren aan hoogpathogene vogelgriep te beperken.

Vragen over hoe vaak en hoe intensief karkassen moeten worden verwijderd en wanneer daarmee gestart moet worden, zijn met de huidige kennis moeilijk te beantwoorden. Ook bestaan er grote verschillen in de praktische uitvoerbaarheid, die samenhangt met de omstandigheden in het terrein. Een goede afweging van de voor- en nadelen (bijv. verstoring) moet daarom telkens gemaakt worden. Weten wat er speelt is echter een vereiste om überhaupt tot actie te kunnen overgaan.

Kokmeeuwen (jong en adult)
Meld bij de sterfte ook de leeftijd van de gevonden vogel(s). Links een jonge vogel in eerste winterkleed. Rechts een volwassen vogel. Ringen kunnen gemeld worden via het Vogeltrekstation. Foto: Mars Muusse

Meld je vondsten van dode vogels

Heb je zieke of dode vogels waargenomen, geef dit dan door, ook als het andere soorten betreft dan Kokmeeuwen. Melden kan via de websites van het DWHC of Sovon. Voor meer informatie over het opruimen van dode vogels verwijzen we naar deze pagina.