Vale Gieren in Nederland - bergbewoners boven het lage land

Vale Gieren in een strakblauwe lucht in juni. Appgroepen ontploffen en vogelaars staan koortsachtig op hun balkon of spoeden zich naar een open veld. Steeds vaker zorgen groepjes gieren in het Nederlandse luchtruim voor ophef. Het toenemende aantal meldingen weerspiegelt niet alleen de groei van het aantal speurende vogelaars, maar ook de uitdijende populaties Vale Gieren in Zuid-Europese landen.

Vale Gieren
Vale Gieren bij Vlaardingen op 30 mei 2020. Foto: Martin van der Schalk

In de laatste dertig jaar verschijnen Vale Gieren bijna jaarlijks in de lucht boven Nederland. Soms waaien groepen uit elkaar, waardoor het onduidelijk is of een waarneming nieuwe aankomst of rondzwervende vogels betreft. Meestal blijven de gieren maar één of twee dagen hangen. Om het voorkomen in Nederland beter te begrijpen, zetten we de waarnemingen van Vale Gieren op basis van de meldingen op Dutchavifauna.nl, Waarneming.nl en Trektellen.nl op een rij. Tot en met 2019 beoordeelde de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) alle waarnemingen op waarschijnlijkheid en documenteerde deze op Dutchavifauna.nl. Voor de jaren erna zijn we aangewezen op publieke meldingen, voornamelijk afkomstig van Waarneming.nl. Met behulp van onderzoeksliteratuur plaatsen we de ontwikkeling van de soort in Nederland in een breder, Europees perspectief.

Voorkomen in Europa

Vale Gieren broeden in kolonies in rotsachtige berggebieden van Zuid-Europa tot in India en Kirgizië. In Europa liggen de belangrijkste bolwerken in Spanje, Frankrijk en Portugal. Vanaf de middeleeuwen namen Vale Gieren sterk af als gevolg van menselijke vervolging, vergiftigd aas en de afname van karkassen in de natuur. De laatste vijftig jaar zijn Vale Gieren weer sterk toegenomen door verbeterde bescherming, het starten van speciale voedselstations, waar dode dieren werden neergelegd, en dankzij herintroductieprogramma’s. Spanje herbergt veruit het grootste deel van de Europese gieren. De laatste Spaanse landelijke gierentelling dateert uit 2018 en leverde een schatting van 30.945-37.134 paren op – ongeveer 85% van de Europese broedpopulatie. In Zuid-Frankrijk broeden ongeveer 2460 paren, waarvan de helft in de Pyreneeën. Met herintroductieprogramma’s zijn vanaf de jaren tachtig succesvolle kolonies gesticht in de Voor-Alpen en Les Grands Causses. In beide streken gaat het al om honderden broedparen en groeien de aantallen snel. De Alpen vormen de verbindende bergketen tussen de West-Europese populaties en de gierenkolonies in Noordoost-Italië en op de Balkan. In de Italiaanse Alpen worden geringde vogels gezien die afkomstig zijn uit een brede zone van Spanje tot zelfs Griekenland en Israël. Dit laat zien dat gieren niet vies zijn van een flink stuk vliegen en dat de deelpopulaties met elkaar verbonden beginnen te raken.

Broeden en zwerven

Vale Gieren hebben een lang broedseizoen. In Zuid-Europa leggen vrouwtjes in januari of februari een ei, dat na circa 51-53 dagen uitkomt. Het jong wordt zeer lang op het nest gevoed, gemiddeld zo’n 135 dagen, waarna het ook na het uitvliegen nog enkele weken voedsel krijgt. Uiteindelijk verlaat het  pas in september of oktober de kolonie. De Vale Gieren die in het voorjaar of de zomer in Nederland verschijnen, kunnen dus niet in datzelfde jaar geboren zijn, maar hebben hun eerste winter al achter de rug. 

Volwassen vogels blijven jaarrond in de wijde omgeving van de kolonie. Dat kan overigens om een straal van enkele honderden kilometers gaan. Een deel van de jonge vogels uit Zuid-Europa trekt in het najaar weg naar Noord- en West-Afrika. In het voorjaar van 2017 werden op 83 dagen aan de Straat van Gibraltar 6191 passerende Vale Gieren geteld, waarvan 68% een jaar oud was en de rest ouder. Van de bijna tachtig jongen die in 2021 en 2022 in Spanje werden voorzien van een zender, trok de helft naar Afrika.

Als uitgesproken aaseters vallen Vale Gieren zelden een prooi aan. Ze speuren groepsgewijs naar overblijfselen van dode dieren, waarbij ze grote oppervlaktes afzoeken en jaarlijks duizenden kilometers afleggen, vaak urenlang zwevend op thermiek. In het zomerhalfjaar bezoeken gieren vooral gebieden waar veel hoefdieren grazen. In het voorjaar trekken ze in Zuid-Europa het laagland in en zwerven ze uit naar andere berggebieden, op zoek naar vee en wilde hoefdieren die de weiden intrekken en jongen krijgen. Gieren zijn vooral in april tot en met september in de Alpen te zien. Wie tijdens een vakantie in de Zwitserse of Oostenrijkse Alpen een groepje Vale Gieren ziet, kijkt dus niet naar lokale broedvogels, maar naar rondzwervende, voornamelijk jonge exemplaren.

vale gieren aantalsontwikkeling
Figuur 1. Aantal gevallen (bijv. groepjes; oranje stip) en opgeteld aantal (blauwe staaf) van Vale Gier per jaar in 1904, 1930, 1944, 1975 en 1997-2025.

Toename in Nederland

In Nederland waren Vale Gieren tot omstreeks de eeuwwisseling extreem zeldzaam. Inmiddels zijn het bijna jaarlijkse gasten geworden; alleen in 2004, 2009 en 2013 werden geen zekere waarnemingen gedaan (figuur 1). Telkens is het maximale aantal waargenomen vogels per groep aangehouden. We hebben de waarnemingen ontdubbeld en de waarnemingen van dezelfde vogel(s), zo goed als mogelijk was, herleid naar een geval. Vanaf 1997 ging het om gemiddeld 27 Vale Gieren per jaar, met grote verschillen tussen jaren. 

Vale Gieren verschijnen vooral in de tweede helft van mei en juni boven Nederland (figuur 2). De vroegste meldingen komen uit half maart en de laatste uit half oktober. Winterwaarnemingen ontbreken. Dit is in lijn met de periode waarin gieren in Zuid- en Midden-Europa beginnen met grotere zwerftochten. Het gebeurt zelden dat de gieren langer dan enkele dagen door ons land zwerven en overzomeren is nog niet vastgesteld. Dat ligt waarschijnlijk vooral aan voedselgebrek (zie verderop in het artikel). 

vale gier seizoenspatroon
Figuur 2. Seizoenspatroon van Vale Gier in Nederland per decade (alleen eerste waarneming per geval), verdeeld over vogels die ter plaatse zijn (= minimaal 1 waarneming pleisterend) en overtrekkende exemplaren.

Als we de waarnemingen clusteren op een kaart (figuur 3), zien we dat Vale Gieren in grote delen van Nederland zijn waargenomen. Niet zelden wordt een groep in het zuiden opgepikt en volgen waarnemers aan de hand van meldingen in appgroepen de vogels op hun zwerftocht, waarbij hun slaapplaats uiteindelijk ook weleens wordt ontdekt. De gaten in West-Brabant en de Achterhoek zijn vermoedelijk te relateren aan minder vogelaars, de leemte in Flevoland springt ook in het oog. Gaan Vale Gieren de oversteek over de Randmeren uit de weg? In ieder geval zijn de meldingen op de Waddeneilanden frappant, omdat gieren doorgaans wateroppervlaktes vermijden vanwege het gebrek aan thermiek.

kaart vale gier
Figuur 3. Verspreiding van pleisterende en overtrekkende Vale Gieren in 1904-2025: eerste en vervolgwaarnemingen binnen 5-10 kilometer zijn geclusterd.

De vogels die in Nederland verschijnen zijn bijna allemaal hooguit vier jaar oud en nog niet geslachtsrijp, zo blijkt uit de ruim 6800 foto’s op Waarneming.nl. Jonge Vale Gieren hebben lange, bruine kraagveren en een geheel donkere snavel. Op de foto’s konden we slechts acht individuen identificeren als (sub)adult.  Deze vogels hebben een lichtere snavel, lichte iris en korte, crème-gekleurde kraagveren. Dit bevestigt het vermoeden dat we hier vrijwel uitsluitend met jonge, onervaren gieren te maken hebben, die nog niet met broeden bezig zijn.

Herkomst

Waar komen de Vale Gieren boven het lage land vandaan? Waarschijnlijk komen ze vooral uit de grote, groeiende populaties in Frankrijk en Spanje. De dichtstbijzijnde kolonies liggen op circa 700 kilometer van onze zuidgrens, nabij het Franse Valence. In Nederland zijn verschillende individuen met ringen gemeld. Bij negen vogels was het mogelijk om het land van herkomst te bepalen: zeven keer Spanje, één keer Italië en één keer Zuid-Frankrijk. In zes gevallen was de precieze herkomst van het individu te traceren. De melding van 28 april tot 3 mei 1993 bij Durgerdam betrof een volwassen exemplaar, dat in 1987 als juveniel een kleurring kreeg aan de Adriatische kust en in 1992 werd uitgezet in Udine, Italië. Omdat het om een uitgezette vogel ging, is het geval niet opgenomen op de officiële Nederlandse lijst. Een vogel die op 8 mei 2016 bij Giessen-Oudekerk werd afgelezen, was in 2013 als jong in Spanje geringd en was dus drie jaar oud. De andere vogels waren één of twee jaar oud. 

Ringmeldingen in Denemarken, Finland en Rusland laten zien dat Vale Gieren nog verder noordelijk Europa in trekken. Dat gieren grote wateroppervlaktes het liefste mijden blijkt uit het geringe aantal meldingen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. De enige melding aan de overzijde van het Kanaal betreft een in 1843 gevangen exemplaar in Cork. Kennelijk vliegen gieren wel door Noordwest-Europa, maar wagen zich niet aan deze oversteek.

Vale gieren in weiland
Neergestreken groep Vale Gieren bij Burgwerd op 5 juni 2015. Foto: MarcelvanKammen (2).jpg

Weersomstandigheden

Voor Vale Gieren, die bij het vliegen profiteren van opstijgende warme lucht (thermiek), hebben weersomstandigheden waarschijnlijk grote invloed op de afstanden die ze afleggen. We vermoeden dat hogedrukgebieden met warm weer en meewind de kans vergroten dat (groepen) gieren richting het noorden uitzwerven. Recente onderzoeken wijzen overigens op een toename van het aantal voorjaarsdagen met een sterke, warme zuidelijke stroming in West-Europa.

We bekeken de weerkaarten van het KNMI op de dagen voorafgaand aan de aankomst van groepen van minimaal twee vogels, die vrijwel zeker geen vervolgwaarneming betroffen van een eerder waargenomen groep. Deze weerkaarten zijn beschikbaar vanaf 2003. Er is een duidelijk patroon te zien: bij 17 van de 24 groepen die in de jaren 2003-2025 arriveerden, was sprake van een fors hogedrukgebied tussen Nederland en de Pyreneeën-Alpen. Ook gingen de waarnemingen van groepen Vale Gieren vaak samen met een warmtefront vanuit het zuiden. De gieren kwamen echter niet altijd met gunstige vliegomstandigheden aan. De spectaculaire intocht van drie groepen met in totaal 111 Vale Gieren op 18 juni 2007 volgde bijvoorbeeld op wisselvallige dagen en een lagedrukgebied over West-Europa. 

Vale Gier op Texel
Vale Gier eet van een neergelegde, dode Grauwe Gans. 29 mei 2022, Texel. Foto: Jan Aalders

Voedsel

Het verblijf van Vale Gieren in Nederland is doorgaans kort en waarnemingen van gieren die zich op Nederlandse bodem tegoed doen aan aas zijn zeldzaam. Geruchtmakend was het verblijf van drie gieren in 2003 in de omgeving van een ooievaarsstation in het Drentse Schiphorst. Twee van deze vogels richtten zich op nestjongen van Ooievaars – die bij gevaar plat gaan liggen – en landden vervolgens op de jongen om ervan te eten. Dat zorgde voor sterfte van 28 jonge Ooievaars. Een jonge Vale Gier werd tussen 5 en 12 juli 2012 vastgelegd op een wildcamera in de mergelgroeves van de Sint-Pietersberg in Limburg. Het at van een neergelegd karkas van een wild zwijn. Een exemplaar dat in mei 2022 op Texel verbleef werd steeds versufter, maar at uiteindelijk van een aangeboden dode haas en enkele dode ganzen. Een groepje van maximaal acht gieren dat tussen 28 en 30 juni 2025 op de Hoge Veluwe verbleef, wist ook voedsel te vinden, zo was af te leiden uit de volle kroppen. In het algemeen lijken de gieren echter zelden iets eten in Nederland. Waarschijnlijk speelt een gebrek aan grote kadavers op rustige plekken in het landschap een rol. Vale Gieren kunnen wekenlang zonder voedsel en een rondzwervende groep kan vermoedelijk weer binnen enkele dagen in voedselrijkere gebieden komen.

  • Albert de Jong en Erik van Winden