Bijzonder jaar voor de Torenvalk
Deze maand werden de broedvogeltrends op de Sovon-website bijgewerkt tot en met 2025, het Jaar van de Torenvalk. Juist voor deze soort betekende dat weinig goeds: de index was niet eerder zo laag sinds de trend wordt bijgehouden. Hoe anders is het sentiment dit jaar! Dankzij een overvloed aan veldmuizen in veel regio’s klinken er jubelgeluiden over het huidige broedseizoen.
Niet alleen werden er zeer grote legsels gemeld, sinds begin juli komen er ook meldingen van tweede legsels. Dit fenomeen, waarbij een torenvalkenpaar opnieuw een broedpoging doet nadat de jongen van de eerste broedpoging zijn uitgevlogen, is schaars en gebeurt alleen incidenteel in goede muizenjaren.
Tot enkele jaren geleden waren er slechts tientallen gevallen beschreven van tweede broedpogingen bij Torenvalken in heel Europa. In 2023 kwamen daar in één klap 42 gevallen bij tijdens een uitzonderlijk muizenrijk jaar in Hongarije. Ook in Nederland is het fenomeen eerder beschreven. Er zullen ongetwijfeld ook ongedocumenteerde gevallen zijn in Nederland, maar duidelijk is dat het niet gebruikelijk is dat Nederlandse Torenvalken starten aan een tweede broedpoging.
Tweede broedpogingen
Aangezien we begin juli spontaan al meerdere meldingen kregen van tweede broedpogingen, rees de vraag op welke schaal dit voorkomt dit jaar en of er regionale verschillen zijn. We hebben daarom een oproep geplaatst om een nacontrole te doen van nestkasten die dit voorjaar bezet waren en actieve tweede broedpogingen door te geven. Inmiddels druppelen de eerste reacties binnen en inderdaad blijken er meer plekken waar voor de tweede keer dit jaar in een nestkast wordt gebroed. De eerste indruk is dat het gaat om niet meer dan een paar procent van de bezette nestkasten, maar zelfs dit zou in absolute aantallen uitzonderlijk veel zijn. We verwachten aan het eind van de zomer een completer beeld te hebben.
Overvloed aan muizen
In de literatuur wordt een duidelijk verband gelegd tussen de beschikbaarheid van het bulkvoer voor de Torenvalk, veldmuizen, en de kans op tweede legsels. Het schijnen vooral de hele vroege broeders te zijn die nog genoeg tijd hebben om een tweede poging te doen. In een Hongaarse studie werd beschreven dat de valken vaak al aan dit tweede legsel beginnen voordat de jongen van de eerste broedpoging goed en wel het nest hebben verlaten. Toch blijft het in de meeste gevallen enigszins speculatief of een laat broedgeval werkelijk is geproduceerd door hetzelfde paartje dat eerder in het jaar in de kast heeft gebroed. Pas wanneer de oudervogels individueel gemerkt zijn, bijvoorbeeld met kleurringen, kunnen hier harde conclusies over getrokken worden. Dat neemt niet weg dat dit fenomeen maar weinig voorkomt en dat het interessant is om te documenteren hoe vaak het dit jaar gebeurt.
Mocht je zelf nog nestkasten hebben gecontroleerd nadat de jongen van het eerste nest zijn uitgevlogen, laat het ons graag weten via dit formulier, ongeacht of je wel of geen tweede legsels bent tegengekomen.
Erik Kleyheeg
Senior onderzoeker