Vogelteller in de kijker - Nanne Nauta
Van de eerste Kieviten in een Brabants weiland tot telposten, broedvogelinventarisaties en atlaswerk: Nanne Nauta kreeg het vogelen niet met de paplepel ingegoten, maar is inmiddels al bijna zestig jaar actief in de vogelwereld.
Op het moment dat ik dit schrijf, verblijf ik in Chaam (NB). Puur toeval, maar hier ligt het begin van mijn liefde voor vogels. Bijna zestig jaar geleden liep ik langs een weiland, het was voorjaar en de zon scheen volop op het zomerkleed van twee Kieviten. Ze voerden schijnaanvallen op mij uit, al wist ik toen nog niet dat dat zo heette. Ik heb heel lang staan kijken naar de kleurenpracht en de buitelingen. Ik kwam niet uit een gezin waar het met de paplepel werd ingegoten, ik kreeg wel het boekje Wat vliegt daar van W.H. Dobben voor mijn verjaardag. Als ik nu blader in dat boekje kan ik me bijna niet meer voorstellen dat je daarmee vogels kon (leren) herkennen.
Nieuwe wereld
Tot ongeveer mijn twintigste was ik een redelijk actief vogelaar en uit die tijd dateren ook mijn eerste tellingen. Daarna stond het lang op een lager pitje. Studie, werk en gezin hadden voorrang. Toen de jongste dochter ruim tien jaar geleden het huis uit ging pakte ik de draad weer op. Het leek wel een andere wereld met websites als Waarneming.nl en Xeno-Canto.org, met appgroepen waar welke vogel te vinden is, met je telefoon de geluiden opnemend en digitale camera’s plaatjes schietend waarop je thuis nog details kan nakijken of het nou donkere of lichte pootjes zijn. En ook wat vogels betreft was het een andere wereld. Zo zag ik in de Oostvaardersplassen een Zeearend lastig gevallen worden door twee Raven. Als iemand dat vijftig jaar geleden voorspeld zou hebben, dan hadden we diegene voor gek verklaard. En sommige vogelsoorten uit mijn jeugd bleken in Nederland verdwenen. Ik was opgegroeid in Overvecht (Utrecht) waar ik in de zomer elke dag Kuifleeuweriken zag op de parkeerplaats van een winkelcentrum. Maar dat is echt verleden tijd.
Local patch
Ik begon zelf weer lijstjes bij te houden, zoals van mijn local patch Nieuw Amelisweerd, werd (weer) lid van de Vogelwacht Utrecht en kwam kort daarop in contact met Sovon. Verschillende soorten tellingen kwamen snel binnenwaaien. In een stukje Amelisweerd tel ik BMP-A, af en toe tel ik mee op een telpost, ik inventariseer voor het Utrechts Landschap een aantal akkers en ik tel een kolonie Huiszwaluwen bij mij om de hoek. Het vreemdste project is voor het Utrechts landschap: we doen vijf jaar lang tellingen rond één enkele eik. Daarover zal ik vast nog wel eens apart een artikel schrijven.
Op korte en lange termijn
Bij het BMP-A tellen werd het al na een paar jaar erg interessant. Iemand bracht me in contact met de vorige teller van het gebied, Luc de Bruin, die heel lang daar geteld heeft. Ik meen vanaf 1970 tot en met 2004. We hebben toen de gegevens van 1994 naast die van 2024 gelegd en samen met Albert de Jong gekeken naar de veranderingen en de mogelijke verklaringen. Meestal vergelijk je met één of twee jaar daarvoor. Dan zie je kleine verschillen, soms tijdelijk zoals dit jaar met de Pimpelmezen die eind 2025 massaal binnen kwamen vliegen. Maar bij een periode van 30 jaar zie je een afname op langere termijn. Zowel in aantal soorten als aantal per soort. Natuurlijk is het verhaal niet alleen zwart wit, er zijn nuances. Zo is in Amelisweerd de Havik terug als predator waardoor er andere soorten niet zijn, maar de grote lijn is duidelijk zichtbaar. In de datasets van een gebied als Amelisweerd zie je ook bij corona-uitbraak een trendbreuk. Door de enorme toename van wandelaars en andere recreanten in die tijd en mensen die voor hun werk, voor een-op-een gesprekken opeens naar buiten gaan, zie je dat de recreatiedruk op dit soort gebieden zijn tol begint te eisen.
Trektellen
Zoals hiervoor gemeld, ben ik ook te vinden op een van de telposten die Nederland rijk is, de Jacobssteeg (zie ook Trektellen.nl). Er ging een wereld voor me open. Ik voelde me tussen de barmsijspiepjesherkenners echt een ‘absolute beginner’ (nog steeds wel). En hoewel de genoemde telpost vermoedelijk niet de spannendste is qua vogeltrek, is het zeker een gezellige plek waar we met elkaar zeer leerzame discussies voeren over alles wat vogels aanbelangt. Het leerde me ook hoe belangrijk de ringstations zijn waarmee we vele soorten goed kunnen volgen over de aardbol. Ik meld sinds die tijd ook elke ring terug die ik kan fotograferen/aflezen.
Naast de reguliere inventarisaties heeft Sovon ook incidentele trajecten. Zo deed ik de laatste jaren mee met een onderzoekje naar grote meeuwen in de stad en de slaapplaatstellingen van de Halsbandparkieten. De inzichten, de rapporten die dat oplevert vind ik zeer waardevol. Dan merk je weer hoe veel desinformatie er circuleert over bepaalde onderwerpen zoals dus over Halsbandparkieten. Vooral in de gesprekken met niet-vogelaars maak ik dankbaar gebruik van al die informatie die verzameld wordt en beschikbaar is.
Nieuwsgierig
Bij het inventariseren merk ik altijd dat ik met meer aandacht waarneem. Ik let veel preciezer op het gedrag en de geluiden. Ik leer er ook bijna elke dag van. Bij de allereerste keer dat ik alleen een BMP-A telling deed, ontdekte ik twee Appelvinken die een nest aan het bouwen waren. Vanaf zo’n moment weet je beter waar je moet kijken om ze tijdens het broedseizoen te vinden. Ik wil ook altijd alles kunnen duiden, in gedrag en in samenhang met de omgeving. Het is soms wat ongemakkelijk maar door die nieuwsgierigheid kom je soms uit bij de vreemdste plekken, vaak op internet, waar experts zitten op hele specialistische gebieden. Niet altijd wordt mijn verwondering bevredigd. Zo heb ik zelf verschillende keren gezien hoe Blauwe Reigers met behulp van takken op prooien (wormen, libellen) jagen maar heb daar nog nergens iets over kunnen vinden.
En daarmee is misschien ook wel gezegd dat ik geen echte twitcher ben. Mijn levenslijst is een heel bescheiden lijstje, merk ik als ik met leeftijdgenoten praat. Een jaarlijst houd ik niet echt bij. Natuurlijk ga ik er ook weleens op uit om een lifer te vinden maar ik kijk met evenveel of meer plezier hoe een exoot zoals een mannetje Kokardezaagbek in de Zouweboezem zijn best doet om een vrouwtje Kuifeend te versieren.
Eind van dit jaar begint het atlasproject. Ik ga voor het eerst een blok tellen. Ik hoop een paar bevriende vogelaars te kunnen strikken om het samen te doen. Want dat vind ik het leukste: samen vogels tellen.
Jelle Abma
Medewerker communicatie en vrijwilligers