MUS-teller in de kijker: Rob Lindeboom

MUS bestaat dit jaar 20 jaar. In deze rubriek zetten we dit seizoen telkens een MUS-teller in het zonnetje die al 20 jaar meedoet. De liefde voor vogels werd Rob met de paplepel ingegoten. Sinds zijn jeugd heeft hij veel zien veranderen en hij zet zich daarom ook in voor de bescherming van vogels en de omgeving.

Rob Lindeboom

Mijn liefde voor de natuur en dan in het bijzonder vogels is, net als ikzelf, geboren in Twente. Mijn opa had een volière vol met inheemse en uitheemse vogels. Inheemse vogels als Putter, Sijs, Groenling, Vink, maar ook Houtduif en Zomertortel. Of het allemaal legaal was, hield ik me als kind niet mee bezig. Tevens was hij in de omgeving van Borne jager en ging ik regelmatig met hem en de hond mee lekker door het landschap banjeren en heel af en toe was het raak bij een haas of Fazant. Toen ik acht was, zijn mijn ouders met hun vier zoons naar Zwolle verhuisd. Als jongen trok ik veel langs de IJssel en de Polder Mastenbroek in om vooral weidevogels en watervogels te observeren met mijn 7*50 en later 10*50 prismakijker. 

Eenmaal op de middelbare school ging ik samen met een collega van mijn vader, die ringer was, en mijn vader zelf in het voorjaar jonge weidevogels ringen. Die zaten in die tijd nog volop in de oude polders langs de randmeren en rond de IJssel. In 1986 heb ik de studie biologie (dierecologie) in Groningen afgerond. Tot mijn pensionering twee jaar geleden ben ik actief geweest in de wereld van milieu-advies, en later in wateradvies. De laatste 20 jaar bij een gemeente in het noorden van het land. In mijn vrije tijd ben ik altijd mede bezig geweest met vogels, in combinatie met landschappen en gedrag. 

Twintig jaar MUS, wat vind je er leuk aan?

Stadsvogels hebben me eigenlijk altijd al gefascineerd. Het begon met Gierzwaluwen die op hete zomeravonden, terwijl ik al in bed lag, gierend door onze straat in Zwolle joegen en broedden in de hoge herenhuizen in het begin van de straat. Later is daar belangstelling voor bijvoorbeeld het wel en wee van de Huismus bijgekomen. Die soort wordt al sinds 2010 in onze tuin in de woonwijk Beijum in Groningen gekleurringd door Rene Oosterhuis en, later, Harry Kuipers. De laatste vier jaren is daar de Spreeuw bijgekomen. Een soort, die mijn inziens de laatste jaren, door droogte en mogelijk PFAS in de rand van het stedelijk gebied gigantisch onderuit gaat. 

Toen 20 jaar geleden het MUS-tellen startte, heb ik me meteen voor twee trajecten opgegeven: één in oost Beijum en één in Zuidwolde (Gr), op 5 minuten fietsen van ons huis. Twee trajecten was in het werkzame leven te veel en het eerste traject heb ik na een paar jaar afgestoten.

Leuke of bijzondere waarneming tijdens MUS?

Het leuke aan het MUS-tellen in Zuidwolde (8 telpunten) is: als je een soort hoort die je al enkele jaren niet meer gehoord hebt. Zoals dit jaar de Gekraagde Roodstraat. Van deze soort hoorde ik dit jaar opvallend veel op de klei van Groningen. Het leuke is ook de directe of indirecte contacten met de bewoners van Zuidwolde. Vooral bij de avondtelling heb ik regelmatig aanspraak en leg ik uit wat ik aan het doen ben. Ook heb ik een artikeltje in het plaatselijke blaadje over de MUS-telling gehad en begeleid ik soms vogelexcursies in of rondom het dorp.

Doe je ook andere tellingen?

Omstreeks 1994 ben ik lid geworden van Sovon en ben toen samen met een vriend gestart met een PTT-telling 'op de Groninger klei'. Ook heb ik een tijdlang watervogeltellingen in januari in en rond de wijken Beijum en Lewenborg aan de noordoostzijde van Groningen gedaan. 

In het eerste Jaar van de Scholekster (2008) ben ik gestart met een slaapplaatstelling van Scholeksters aan het Zilvermeer aan de noordoostrand van Groningen en van Grutto’s bij Noorderhoogebrug aan de noordzijde van Groningen. Van onder andere al mijn tellingen schrijf ik na verloop van tijd artikeltjes voor het provinciale vogelblad De Grauwe Gors van Avifauna Groningen.

Ben je bij een vogelwerkgroep aangesloten?

Enkele jaren na mijn afstuderen ben ik lid geworden van de vogelwerkgroep van IVN Groningen/Haren en ben daar jaren actief geweest met het mede-organiseren van excursies en cursussen. Enkele jaren daarna ben ik ook lid geworden van de provinciale vogelvereniging Avifauna Groningen en was daar jaren lang enig lid van de werkgroep Gierzwaluw. In die tijd zijn in 2001/2002 en 2014 met behulp van een grote groep bekende vogelaars vanuit IVN en Avifauna integrale gierzwaluwtellingen in de stad Groningen georganiseerd. Waarvan de resultaten uiteraard gerapporteerd zijn in het provinciale vogelblad. Tevens heb ik regelmatig lezingen over de Gierzwaluw gegeven. 

Later kwam de in Groninger vogelkringen wel bekende Maricée Ten Bosch bij de Gierzwaluwwerkgroep en zijn we breder gegaan en hebben de naam omgedoopt tot Stadsvogelwerkgroep (SVWG). Als Stadsvogelwerkgroep zijn we destijds onder andere betrokken geweest bij het opstellen van het Soortenmanagementsplan (SMP), door gemeente Groningen in samenwerking met de plaatselijke woningbouwverenigingen. Tevens zaten we minimaal eens per twee jaar met de stadsecologen aan tafel. Circa 15 jaar geleden hebben we ons gemeld bij de gemeentelijke ontwikkelaar van de waterrijke buitenwijk Meerstad voor de inbouw van nestkasten in nieuwbouw en onder andere de ontwikkeling van oeverzwaluwwallen. 

Twee jaar geleden hebben we, mede als gevolg van vertrek van Maricée, op het punt gestaan de SVWG op te heffen. Immers als gevolg van het SMP verschenen overal in de nieuwbouw en bij renovaties en isolatieprojecten nestkasten voor Gierzwaluwen en Huismussen. Vooral Huismussen maakten daar al snel gebruik van. Lopende projecten zouden afgemaakt worden door Arthur Scheper en ondergetekende. Echter er dienden zich nieuwe stadsvogels aan die nodig beschermd moesten worden, namelijk dakbroedende soorten als Scholeksters, Visdieven en meeuwen, maar ook soorten als Huiszwaluw, Spreeuw en Kauw. Van deze soorten zijn de broedplaatsen vreemd genoeg niet jaarrond beschermd, terwijl deze soorten wel broedgelegenheid in de stedelijke omgeving kwijt raken door ontmoediging door particulieren en sloop en renovatie/isolatie. Dat betekende dus een re-start van de SVWG en van onder andere de overleggen met stadsecologen en Bureau Meerstad. 

Wil je verder nog iets kwijt?

Net als via de Vogelbescherming-kanalen wil ik ook via de Sovon aandacht vragen voor de stadsvogelsoorten èn het stadsgroen, die thans niet via de gemeentelijke of provinciale SMP’s beschermd worden. Betreffende soorten zijn hierboven al aangestipt. Recente publicaties in Limosa geven het belang van behoud van heggen en ander schuilgroen voor Huismussen aan in wijkdelen, die gesloopt of gerenoveerd worden. Ook bij overgang van de ene huurder naar een ander worden door woningbouwverenigingen complete tuinen platgeslagen, waarbij bijvoorbeeld rücksichtslos mussenslaapplaatsen verdwijnen. 

MUS-teller in actie

Met het Meetnet Urbane Soorten volgen we broedvogels in steden en dorpen. We leggen trends in aantallen en verspreiding vast. Dit zijn onmisbare gegevens om na te gaan hoe het vogels in het stedelijk gebied vergaat.

Tijd
3 out of 5 stars
Kennis
3 out of 5 stars