Ringonderzoek 2025: moerasvogels floreren, Merel krijgt klap
In 2025 zijn op 40 locaties in Nederland gezamenlijk ruim 20.000 vogels gevangen in het kader van het ringonderzoek, waarvan Sovon deel uitmaakt. Het project leverde opnieuw waardevolle inzichten op in de toestand van Nederlandse broedvogels. Ondanks een uitzonderlijk droog voorjaar waren de reproductiecijfers voor veel soorten opvallend goed. Tegelijkertijd liet het Usutu-virus opnieuw zijn sporen na bij enkele bekende zangvogels.
Wat houdt het ringonderzoek in? Het ringen van vogels valt onder de verantwoordelijkheid van het Vogeltrekstation. Samen met Sovon coördineert dat station het Nederlandse ringwerk op zogenaamde Constant Effort Sites (CES). Het CES-project meet al ruim dertig jaar de reproductie en overleving van Nederlandse broedvogels. Op vaste vanglocaties worden vogels jaarlijks volgens dezelfde methode gevangen en geringd. Zo ontstaat een unieke langjarige meetreeks waarmee veranderingen in vogelpopulaties beter kunnen worden verklaard. We zetten een aantal van deze ontwikkelingen op een rij.
Terugval bij Merel en Zanglijster
De meest opvallende ontwikkeling van 2025 is zonder twijfel de nieuwe terugval van Merel en Zanglijster. De jaarlijkse overleving van beide soorten bereikte een dieptepunt na een nieuwe uitbraak van het Usutu-virus in 2024. CES-gegevens laten zien dat de overleving van Merels in jaren met een Usutu-uitbraak vaak laag is, terwijl ook Zanglijsters in sommige jaren een duidelijke terugval vertonen.
Deze soorten laten zien hoe belangrijk langdurige monitoring is. De lagere overleving die in CES wordt gemeten, zien we namelijk ook terug in de aantalsontwikkelingen uit het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Daarmee ontstaat een helder beeld van de impact van het virus op populatieniveau. Het voorzichtige herstel van de Merel na de eerdere Usutu-uitbraken van 2016-18 lijkt hierdoor in één klap teniet te zijn gedaan.
Recordjaar voor Bosrietzanger
Aan de andere kant van het spectrum staat de Bosrietzanger. Deze moerasvogel kende in 2025 zowel een uitzonderlijk hoge reproductie als de hoogste gemeten adulte overleving sinds de start van het CES-project. De geschatte jaarlijkse overlevingskans van volwassen vogels lag zelfs rond de 60 procent, een indrukwekkend getal voor een kleine zangvogel die elk jaar duizenden kilometers naar Zuidoost-Afrika trekt om te overwinteren. De combinatie van veel uitgevlogen jongen én een hoge overleving van volwassen vogels biedt goede vooruitzichten voor de populatieontwikkeling. Veel andere soorten moerasvogels volgde het gunstige beeld van de Bosrietzanger en lieten een hoge reproductie en overleving zien.
Eerste blik op de Cetti’s Zanger
Een interessante nieuwkomer is de Cetti’s Zanger. Waar het dertig jaar geleden nog bijna ondenkbaar was om deze soort tijdens CES te vangen, wordt de soort inmiddels op steeds meer locaties regelmatig geringd. Deze soort breidt zich al jaren snel uit in Nederland en wordt tegenwoordig op voldoende CES-locaties gevangen om voor het eerst overlevingscijfers te berekenen. Hoewel de onzekerheidsmarges nog groot zijn, wijzen de eerste resultaten op een opvallend hoge adulte overleving van gemiddeld ongeveer 56 procent. Dat is hoger dan bij veel andere kleine standvogels en kan mogelijk bijdragen aan de snelle opmars van deze moerasvogel.
Droog voorjaar, maar toch veel jonge vogels
Opvallend genoeg had het extreem droge voorjaar van 2025 geen negatieve gevolgen voor de reproductie van de meeste soorten. Integendeel: de reproductie was over vrijwel de hele linie bovengemiddeld. Vooral moerasvogels sprongen eruit, met de hoogste reproductie sinds het begin van de metingen. Soorten als Bosrietzanger en Rietgors profiteerden duidelijk van de omstandigheden.
Dit beeld van een gunstige reproductie voor veel soorten was ook terug te zien in de CES-resultaten van Groot-Brittannië. Het langdurig goede weer aldaar zorgde er mogelijk voor dat veel soorten de kans kregen om tweede broedsels groot te brengen, iets wat in Nederland mogelijk ook een rol kan hebben gespeeld.