Vogelteller in de kijker - Hans van Loon

De liefde voor vogels begon voor Hans al op jonge leeftijd, toen hij met zijn eerste verrekijker en vogelboekje op pad ging. Via de CJN ontwikkelde hij zich verder door excursies, kampen en contact met ervaren vogelaars. In de loop der jaren raakte hij betrokken bij inventarisaties en tellingen, en leverde hij bijdragen aan vogelonderzoek. Tot op de dag van vandaag is hij actief in het veld. Voor hem draait vogels kijken om rust en verbondenheid met de natuur, waarbij observeren en tellen bijdragen aan kennis en behoud.

Hans van Loon aan het LiveAtlassen in de Weerribben. Foto: Corina van Tillo
Hans van Loon aan het LiveAtlassen in de Weerribben. Foto: Corina van Tillo

Als jong mannetje van een jaar of 10 was ik al erg geïnteresseerd in vogels. Bij mij in de straat woonde een vriendje die lid was van de CJN (Christelijke Jeugdbond van Natuurvrienden), afdeling Groenling te Bergen op Zoom. Ik had van mijn ouders mijn eerste 7x50 verrekijker gekregen die ze met de zegeltjes bij de boodschappen hadden gespaard. Met mijn vriend had ik wat spulletjes geruild voor mijn eerste vogelboekje. In 1970 ben ik toen ook lid van de CJN geworden.

Op excursie, op kamp

Een week aardbeien plukken zorgde ervoor dat ik mijn eerste echte vogelgids kon kopen. Elke zaterdag hadden we excursie op de fiets vanuit Halsteren en er waren ook afdeling en landelijke kampjes. Zodoende zat ik al snel tussen vogelaars waar ik veel van kon leren. We hadden het geluk dat Rob Bijlsma kennis kreeg van een meisje van onze afdeling en regelmatig was hij zaterdags bij onze excursies, zodat we dikwijls de kans kregen met hem op pad te gaan en van hem te leren. Dat vonden we prachtig. Ook op de landelijke kampjes waren gidsen van heel goede kwaliteit aanwezig. Hier deed ik voor het eerst mee aan vogeltellingen. We deden mee aan de jaarlijkse midwintertelling aan een toen nog open Oosterschelde en de Kleine Zwanen telling op Tholen. Ook gingen we jaarlijks stookolieslachtoffers tellen aan de punt van Schouwen-Duiveland. Dit was een onvergetelijke tijd en ik denk daar dan ook vaak nog met weemoed aan terug. 

Kennismaking met Sovon

In 1974 raakte ik bevriend met Ton Bakker, die ook in deze regio veel vogels keek en samen zijn we in die tijd ook begonnen met inventarisaties van gebieden rond Bergen op Zoom. Een enkele keer als we leuke dingen tegenkwamen in het veld schreven we hier samen een artikel over in het tijdschrift Het Vogeljaar. Zodoende kwam Ray Teixeira voor de eerste Atlas van de Nederlandse Broedvogels een keer naar Bergen op Zoom om wat dingen uit West-Brabant door te nemen met ons en te verifiëren. (Er waren in deze regio toen heel weinig vogelaars). Dat was feitelijk mijn eerste bijdrage aan Sovon. Naderhand heb ik nog aan latere broedvogel atlassen meegewerkt.

In 1982 werd de Vogelwerkgroep Bergen op Zoom opgericht en Ton en ik waren hier al kort na de oprichting lid van. We waren beiden nog enthousiaste leden van de VWG. In die tijd werd een deel van de Oosterschelde afgesloten en ontstond het Markiezaat. Vanaf 1983 zijn we toen begonnen met de watervogeltellingen daar, met de hele vogelwerkgroep. In het begin elke 2 weken, maar later is dat eens per maand geworden. Die tellingen zijn later opgegaan in de Watervogeltellingen en die doen we nu - na 43 jaar - nog steeds.

Kort na het ontstaan van het Markiezaat hebben we ook nog broedvogelinventarisaties gedaan voor de Rijksdienst IJsselmeerpolders om het verloop van zout naar zoet te monitoren. In die tijd broedden er alleen in het Markiezaat al vier paren Blauwe Kiekendief. Plus daarnaast nog Velduilen, Bruine Kiekendieven en andere mooie soorten.

Stilte en rust

Als vogelaar is voor mij het belangrijkste de stilte en de rust die ik in de natuur ervaar. Het gevoel onderdeel uit te maken van iets oneindig groters. Ik word het meest geraakt door uitgestrekte en desolate landschappen. Scandinavië is dan ook een van mijn favoriete vogelbestemmingen. Ook kan ik nog steeds oneindig veel genieten van een Bruine Kiekendief boven een rietveld of een Spotvogel die in mijn tuin zit te zingen. 

Daarbij vind ik het ook belangrijk dat datgene wat wordt gezien ook kan bijdragen aan beheer en behoud en blijkt het sowieso in mijn natuur te zitten om alles te registreren. Dus tellen vind ik gewoon leuk en als je geconcentreerd telt, ben je ook niet met andere dingen in je hoofd bezig.

Veldparelmoervlinder in Limburg. Foto: Hans van Loon
Veldparelmoervlinder in Limburg. Foto: Hans van Loon

Veldwerk

Broedvogelinventarisaties doe ik momenteel niet meer, maar wel Jaarrond Tuintelling, LiveAtlas en Watervogeltellingen. Daarnaast doe ik tegenwoordig ook regelmatig trektellingen hier in de omgeving. Het leuke van LiveAtlas vind ik dat je op veel plaatsen in je omgeving komt waar je normaal niet zou gaan kijken en dat je dan soms toch verrassende dingen kunt tegenkomen.

En het leuke is dat ik ook de libellen en dagvlinders meeneem in het traject, die tellen dan meteen als flextelling voor de Vlinderstichting. Met de watervogeltellingen is het mooie dat we in een gebied mogen tellen waar normaal niemand in mag komen: het Markiezaat.

Tijdens het veldwerk gebeurt het regelmatig dat mensen vragen wat ik aan het doen ben. Ik vind het dan ook leuk en belangrijk dat we met onze hobby andere mensen kunnen voorlichten en enthousiast maken voor de natuur. Ik hoop nog vele uurtjes te mogen doortellen.