Vogelteller in de kijker - Ruud Brouwer

Ruud Brouwer houdt zich al meer dan vijftig jaar bezig met uitgebreid vogelonderzoek van verschillende monitoringsprojecten in de provincie Noord-Holland.

Ruud met Notenkraker Robbenoordbos Wieringermeer 22 okt 2008
Ruud met een Notenkraker in het Robbenoordbos (Wieringermeer) op 22 oktober 2008. Foto: Fred Visscher

Vanaf de jaren 1975/1976 tot 1986 was ik uitsluitend hobbymatig bezig met het inventariseren van vogels en als echte buitenman besteedde ik hier heel veel vrije uren aan. Buiten mijn werk elf jaar lang als typograaf op een drukkerij in Heerhugowaard was ik uitsluitend in de weekenden bezig met het tellen van broedvogels, vogeltrektellingen, ganzen-zwanentellingen en de uitgebreide watervogeltellingen in de Wieringermeer, vooral langs de IJsselmeerkust. 

Vogelwerkgroep Wieringermeer

Ik ben in 1975/1976 in contact gekomen met de Vogelwerkgroep Wieringermeer en Wieringen via een artikeltje in een regionale krant geschreven door Otto de Vries over de activiteiten van de werkgroep. Dit sprak mij erg aan en besloot ik lid te worden in 1976. Ik woonde toen in Medemblik en ben rond mijn dertigste jaar vandaar uit verhuisd. Na eerst een jaar in Haarlem gewoond te hebben, verhuisde ik in 1990 naar Callantsoog. Daar woon ik nog steeds met mijn gezin en door mijn grote passie de vogels, in het bijzonder ook de vogeltrek, een ongekend mooie omgeving aan de Noordzeekust.

Vanaf 1986 nam ik een grote carrièrestap. Vanaf dat jaar werd mijn grote hobby mijn alles, ook mijn werk. Ik kwam in dienst bij de provincie Noord-Holland als milieu-inventarisatiemedewerker waarbij Kees Scharringa, werkzaam als afdelingshoofd van onder andere het broedvogelonderzoek, een hele grote rol voor mij heeft gespeeld. 

In deze tijd deed ik vooral veldinventarisaties naar weidevogels. Door de vele uren die ik hierin spendeerde, kreeg ik een bijzondere band met de weidevogels. Ondanks de enorme veranderingen met de populaties weidevogels – de trieste sterke afname van de Grutto in het bijzonder, maar ook met de Kievit de laatste jaren en de afname van de Scholekster – geniet ik nog steeds elk uurtje tijdens mijn inventarisatie werk. Het verdwijnen van soorten als Kemphaan, Watersnip en op sommige plekken de Veldleeuwerik, zet mij wel behoorlijk aan het denken: waar gaat dit heen. 

Weide- en akkervogels inventariseren

Bij de Provincie Noord-Holland (vanaf 1986 tot 1990) hield ik mij jaarlijks bezig met het Provinciaal Weidevogelmeetnet Noord-Holland, waarbij ik gemiddeld jaarlijks 35 BMP-gebieden voor weide- en akkervogels voor mijn rekening nam. Dat was behoorlijk zwaar en soms afzien, met een gerichte piekperiode vanaf half april tot eind mei. Een gemiddelde werkweek was vaak langer dan vijf dagen. Regelmatig liep ik een dag in het weekend ook een inventarisatieronde om op bezoekschema te blijven. De eerste jaren van het veldwerk, tot begin 1990, deed ik alles op de fiets.

Met een onderbreking van ruim een jaar in 1990, toen ik tijdelijk werkzaam was als terreinmedewerker bij Natuurmonumenten in het schitterende Zwanenwater bij Callantsoog, werd ik weer met open armen ontvangen bij de Provincie Noord-Holland. Ik ging vol passie weer verder met het weidevogelinventarisatie werk in Noord-Holland.

Vanaf 1999 verplaatsten de inventarisatiewerkzaamheden naar een ecologisch onderzoeksbureau in Alkmaar, waar ik tot op heden nog steeds deels werk als senior ecoloog. Ik houd mij al jaren niet alleen bezig met weidevogels inventariseren, maar verricht ook ecologisch begeleidingswerk voor onder andere dakbroedende vogelsoorten op de defensieterreinen in Den Helder.

Broedende Kemphanen

Bij de inventarisatie van weidevogels in mijn vaste meetnetgebieden heb ik door de jaren heen talloze bijzondere herinneringen opgebouwd. Sommige van deze BMP-gebieden inventariseer ik inmiddels al meer dan 30 tot 35 jaar, waardoor ik ontwikkelingen van dichtbij heb kunnen volgen. 

De laatste broedgevallen in Noord-Holland van de Kemphaan in het gebied de Hempolder bij Akersloot zijn onvergetelijk. Onwijs en gaaf was dat met de af en toe regelmatige onrustige paniekerige rondvliegende Kemphanen om mij heen als afleidingsgedrag. 

Ook de vele baltsende, klokkende Watersnippen op paaltjes in de weidevogelmeetnetgebieden, onder andere in het Ilperveld en Waterland. Schitterend was dat. En niet te vergeten de in de jaren negentig nog broedende Zwarte Sterns op vlotjes of drijvende vegetatie in het Wormer- en Jisperveld.

Af en toe werd ik compleet verrast en dik beloond met de lange velddagen die ik verrichte tijdens mijn veldwerk en ook in mijn vrije tijd. Het is altijd speciaal om tegen een zeldzaamheid aan te lopen. Zo vergeet ik nooit meer het moment tijdens het karteren vanuit de boot in het Wormer- en Jisperveld; opeens een fraaie Vorkstaartplevier in de verrekijker.

 

De Vorkstaartplevier in het Wormer- en Jipserveld op 23 mei 2012. Foto: Ruud Brouwer
De Vorkstaartplevier in het Wormer- en Jipserveld op 23 mei 2012. Foto: Ruud Brouwer

BMP in de duinen

In de periode 1989-1993 heb ik mij ingezet als districtscoördinator bij Sovon voor Noord-Holland Noord. Samen met mijn goede (vogel)vriend Hans Groot voor district Noord-Holland Zuid, namen wij de hele provincie voor onze rekening. We maakten veel nieuwe tellers enthousiast. 

In de periode 2000 tot 2024 (precies 25 jaar) heb ik in mijn vrije tijd ook BMP gedaan in het Botgat. Dit is een grijs duingebied gelegen bij Groote Keeten, Noord-Holland. Tot en met 2004 was het duingebied nog oefenterrein en in eigendom van defensie. Ondanks de regelmatige schietoefeningen in het open duingebied was het er toch enorm genieten. Buiten de schietoefeningen om kreeg ik altijd in overleg de bevoegdheid om het terrein in alle rust te inventariseren. Er kwamen toen nog broedende Wulpen voor en was de tapuitenstand met jaarlijks een gemiddelde van 25-30 paren nog erg goed. Dat kwam mede dankzij de gunstige konijnenstand. Het was steeds een feest om Tapuiten van het open duin in kaart te brengen. 

Verdwenen Wulpen

Vanaf 2005 kwam het terrein in beheer bij Landschap Noord-Holland, maar ondanks een goed beheer en bescherming van het bijzondere duingebied nam het aantal broedparen van de Tapuit helaas langzaam af. In 2020 waren het slechts nog 20 paartjes. Helaas verdween in die periode ook de Wulp ook als broedvogel.

Het Botgat zelf behoort tot de Noordduinen (met Landschap Noord-Holland als beheerder) en is gelukkig nog steeds tot een van de belangrijkste laatste bolwerken van Tapuit in Nederland.

De IJsselmeerkust telde ik graag op watervogels. Ik weet nog goed dat in de jaren tachtig de Krakeend een zeldzame soort was en met hoofdletters in mijn notitieboekje werd vermeld. Ongekend waren de duizenden Kuifeenden en Toppers, honderden Grote Zaagbekken en Brilduikers in mijn telgebied. Ik liep mijn telgebied de IJsselmeerkust van Medemblik naar de Zeughoek lopend af en altijd ook weer terug. Vaak flink afzien, maar soms ook dik beloond met een enkele keer bijzonderheden als IJsduiker, Parelduiker, IJseenden, Vaal Stormvogeltje, Stormvogeltje en niet te vergeten zelfs een onvolwassen Papegaaiduiker dobberend tussen de duikeenden.

Momenteel ben ik een aantal jaren actief als vrijwilliger voor Natuurmonumenten in het belangrijke Natura 2000-gebied het Zwanenwater. Dat ligt haast in mijn achtertuin. Ook daar voer ik BMP-, watervogel- en slaapplaatstellingen uit. In mijn woonplaats Callantsoog en buitengebied Groote Keeten tel ik verder al jaren ook de Huiszwaluwen in samenwerking met de VWG Den Helder waar ik al jaren actief lid van ben.

Visitekaart

Jelle Abma

Medewerker communicatie en vrijwilligers
Jelle Abma