Mierenetende Nijlganzen tijdens MUS

In MUS worden gestandaardiseerd de aantallen per telpunt doorgegeven. Een deel van de waarnemers maakt ook gebruik van het opmerkingenveld om het weer, de omstandigheden of een bijzondere waarneming te beschrijven. MUS-teller Caroline Walta maakt bij de derde telling melding van een bijzondere waarneming.

nijlgans
Foto: Thijs Glastra

Caroline Walta meldt bij haar derde telling van MUS in Den Haag het volgende: ‘Avond van vliegende mieren, op de straat veel Kleine Mantelmeeuwen en bij telpunt 6 zelfs een familie Nijlgans met de snavels tussen de voegen om de mieren te pakken.' 

Dat is natuurlijk een intrigerende quote en ik reageer over dit bijzondere gedrag. Caroline reageert: ‘Het was op een zwoele zomeravond, 9 juli, waarop ook de Kleine Mantelmeeuwen als stofzuigers over straat liepen. 

De Nijlgans eet vooral gras, kruiden, oogstresten en waterplanten. In de handboeken van Cramp en Glutz von Blotzheim & Bauer wordt de soort dan ook omschreven als vegetariër, al worden soms ook ongewervelden en insecten gegeten. Meeuwen, zwaluwen, Kauwen en Spreeuwen worden regelmatig foeragerend op uitvliegende mieren gezien. Daar kan de Nijlgans eveneens aan worden toegevoegd. 

Caroline sluit af met: ‘Altijd weer jammer als de MUS-telling erop zit: het zijn toch de mooiste maanden van het jaar.' 

  • Jan Schoppers