60e Midwintertelling: de eerste resultaten
In het tweede weekend van januari vond de 60e Midwintertelling plaats. Deze jubileumtelling was er eentje met meerdere gezichten. Vooralsnog komen we uit op 5,2 miljoen getelde vogels. Een voorlopig eerste overzicht.
De telling in het binnenland verliep onder lenteachtige omstandigheden, met vooral op zaterdag zeer zachte temperaturen (maximaal 13 graden) en flink wat zon. En dat terwijl ruim een week eerder het nog koud was en er een dik pak sneeuw lag. De Waddentelling, die een week voor de Midwintertelling was gepland, had hier dan ook flink last van. Deze telling moest zelfs twee weken worden uitgesteld vanwege code oranje (gladheid en daardoor vrijwel geen openbaar vervoer in het noorden) in combinatie met harde oostenwind en een laag tij. Twee weken later werd prompt weer code oranje afgegeven, dit keer vanwege gladheid door ijzel. Desondanks waren al veel mensen afgereisd naar de eilanden en gelukkig kon de telling dit keer, onder barre omstandigheden (harde oostenwind en temperaturen net onder het vriespunt), wel doorgaan.
Kolgans wederom op nummer één
De teller van de Midwintertelling staat nu op ruim 5,2 miljoen vogels. Dat is een vergelijkbaar totaalaantal met de meeste andere jaren in het recente verleden. De Kolgans lijkt met op dit moment met ruim 900.000 vogels weer de meest getelde soort te zijn, gevolgd door de Brandgans (750.000) en Smient (700.000). Andere soorten waarvan grote aantallen zijn geteld zijn Grauwe Gans (640.000), Meerkoet (240.000), Wilde Eend (220.000) Stormmeeuw (160.000), Kokmeeuw (140.000), Bonte Strandloper (110.000), Kuifeend (110.000), Kievit (100.000) en Toendrarietgans (100.000). Bedenk dat het voorlopige resultaten betreffen; lang nog niet alles is compleet en de resultaten zijn nog niet gevalideerd, waarbij ook gecontroleerd wordt op eventuele dubbeltellingen.
Opvallend
Het voorlopig getelde aantal van 156 Zeearenden tijdens de Midwintertelling is een record en was twintig jaar geleden nog totaal ondenkbaar. Ook van Roerdompen (73), Houtsnippen (284), Kraanvogels (102), Geoorde Futen (1346) en Nonnetjes (2092) zijn tot nu toe al meer individuen gemeld, tenminste in vergelijking met afgelopen vijf jaar.
Net als in andere jaren werden bij de telling ook weer enkele bijzonderheden gezien waaronder de Dwergaalscholver (1) en Zwarte Zeekoet (1). Verder werden ook iets minder zeldzame soorten geteld zoals IJsduiker (9), Witbuikrotgans (44), Zwarte Rotgans (5), Roodhalsgans (5), Kuifaalscholver (11), Koereiger (1), Bronskopeend (1), Steltkluut (1) en Ruigpootbuizerd (5).
Ganzen en zwanen
De afgelopen telling leverde grote aantallen ganzen en zwanen op. Het totaal van alle soorten samen staat op basis van de tot nu toe ingevoerde tellingen al op 2,5 miljoen ganzen en 29.000 zwanen. Ter vergelijking: het aantal ganzen bedroeg in januari 2023, 2024 en 2025 (nog onvolledig) respectievelijk 2,3, 2,9 en 2,2 miljoen. Het rijtje met soorten dat in bovengemiddelde aantallen werd geteld is wat gemêleerder dan we gewend zijn: niet alleen Grote Canadese Gans, Grauwe Gans en Nijlgans werden meer dan gemiddeld geteld, ook Kolgans en Toendrarietgans waren in verhoudingsgewijs grote aantallen aanwezig (figuur 1). Van beide soorten was dat in de afgelopen maand voor het eerst in dit seizoen het geval.
Het voorlopige januariaantal van 900.000 Kolganzen behoort tot de hoogste maxima in de telreeks tot nu toe. Grote concentraties werden vooral in het noorden en oosten van het land gevonden. Van de Grauwe Gans worden bij de meeste tellingen steevast meer geteld dan in eerdere jaren, maar dit keer waren het er zo veel meer dat instroom vanuit het oosten aannemelijk is. Bij deze soort staat de teller al op ruim 600.000, wat bij de wintertellingen nog niet eerder is voorgekomen.
Effect van koudeperiode
Het is waarschijnlijk dat de genoemde grotere aantallen vogels een vorsteffect zullen zijn. Hoewel opvallende vorsttrek bij de start van de vorstperiode rond kerst 2025 uitbleef, viel er vooral in Noord-Duitsland in de periode voorafgaand aan de januaritelling een flink pak sneeuw en raakten veel wateren (slaapplaatsen) bevroren, terwijl de bij ons periodieke dooipauzes doorgaans niet tot Noord-Duitsland reikten. Daardoor zijn vermoedelijk uiteindelijk toch de nodige vogels naar onze contreien uitgeweken. Opvallend genoeg meldden Vlaamse collega's tijdens de vorstperiode geen extra instroom, zodat het er op lijkt dat extra vogels uit het oosten in ons land zijn blijven hangen.
Kleine Zwanen
Voor de Kleine Zwaan vielen de aantallen tijdens de telling wat tegen. Bij de start van de vorstperiode eind december was via de bewegingen van de gezenderde vogels (zwergschwan.de) te zien dat er extra vogels naar ons land kwamen, onder andere naar het IJsselmeergebied. Juist daar zijn nog niet alle telresultaten binnen, zodat de in figuur 1 weergegeven aantalsverhouding mogelijk een wat vertekend beeld geeft. Duidelijks is wel dat de aanwezige aantallen groter waren dan in januari 2025 (figuur 2) en we schatten in dat het totaal ergens rond de 3500-4000 zwanen zal uitkomen. De koudeperiode leidde er ook toe dat in Engeland voor het eerst weer op grotere schaal Kleine Zwanen aanwezig waren.
De weersvooruitzichten suggereren dat in de aanloop naar de februaritelling de temperaturen eerder omlaag zullen gaan. Aanhoudende vorst en sneeuw in het noorden van Duitsland zullen eventuele vroege wegtrek mogelijk ‘dwarsbomen’, zodat het ook in februari wel eens druk met ganzen en zwanen kan worden.
Alle Midwintertellers worden hartelijk bedankt voor hun inspanning!
Menno Hornman & Kees Koffijberg
Menno Hornman
Senior meetnetcoördinator watervogels